![]() |
|
|
|
Ga naar: Echo bij kinderen: van blaas en nierenDit onderzoek vindt meestal plaats op de afdeling Radiologie. Hieronder staat in grote lijnen beschreven hoe de gang van zaken vóór, tijdens en na het onderzoek in de meeste medische centra is. Heeft u na het lezen nog vragen, stel deze dan gerust aan de radiodiagnostisch laborant of de radioloog. Zij zijn altijd bereid uw vragen te beantwoorden.
U meldt zich voor de afgesproken tijd op de afdeling radiologie. De radioloog of radiodiagnostisch laborant haalt u en uw kind op uit de wachtkamer en neemt u mee naar de onderzoekskamer. Hier hoort u welke kledingstukken uw kind moet uittrekken en welke het aan mag houden. U kunt tijdens het onderzoek bij uw kind blijven. Tijdens het onderzoek ligt uw kind op een onderzoektafel. De onderzoeker brengt een beetje gel aan op de huid van de buik en de zij om te voorkomen dat er lucht komt tussen de huid en het apparaatje dat geluidsgolven uitzendt en ontvangt. Lucht verzwakt namelijk de geluidsgolven waardoor de foto's slechter worden. Hierna beweegt de onderzoeker het apparaatje zacht over de buik en de zij. Dit is niet pijnlijk maar kan wel een beetje koud voelen. Om vanuit een andere kant naar de blaas of nieren te kunnen kijken vraagt de onderzoeker soms of uw kind op de linker- of rechterzij wil draaien. Tijdens een echo kan de onderzoeker ook gebruik maken van een Doppler, hierdoor is het mogelijk de doorbloeding van de nier zichtbaar te maken, en richting en stroomsnelheid van het bloed te bepalen. De bloedstroom is eventueel ook via luidsprekers te horen. De onderzoeker zendt de opnamen, die op een beeldscherm te zien zijn, naar het digitale archief. De onderzoeker gaat kijken of alles is opgeslagen, tijdens deze controle wacht u in de onderzoekkamer. Hierna krijgt u te horen of u kunt gaan of dat er nog enkele opnamen bijgemaakt moeten worden. Het onderzoek duurt ongeveer dertig minuten. Uitslag U krijgt de uitslag van het onderzoek van de behandelend arts. Urodynamisch onderzoek bij kinderen in het eerste levensjaarVoorbereiding Omdat uw kind nog te jong is om te begrijpen wat er tijdens het onderzoek gaat gebeuren kunt u uw kind niet voorbereiden op het onderzoek. Wel kunnen we u een aantal tips geven die ervoor kunnen zorgen dat het onderzoek makkelijker verloopt. Het is onze ervaring dat jonge kinderen rustiger zijn als hun ouders rust uitstralen. Voor ouders is het belangrijk om te weten dat het onderzoek bijna nooit pijn doet. Het onderzoek duurt tussen de 20 en 40 minuten. Voor een klein kind is dat lang. Neem voor de kleintjes een knuffel of speeltje mee zodat u uw kind bezig kunt houden tijdens het onderzoek. Een flesje met drinken is vaak ook handig om uw kind wat af te leiden. Wanneer uw kind medicijnen voor de blaas gebruikt, laat u het drie dagen van tevoren hiermee stoppen, tenzij anders met u is afgesproken. Neem contact op met de behandelend arts indien uw kind in de dagen vóór het onderzoek een blaasontsteking heeft. Tijdens het onderzoek hoeft alleen het onderlichaam ontbloot te zijn. Doe uw kind kleding aan die afzonderlijk gescheiden kan worden bijvoorbeeld geen luierpakje,dit om te voorkomen dat uw kind te koud op de onderzoekstafel ligt. Onderzoek Voor het aansluiten van de meetapparatuur moet het kind met ontbloot onderlichaam op een onderzoekstafel liggen. De meetapparatuur bestaat uit drie plakelektrodes en twee drukmeetkatheters een voor de blaas en een voor de buikdruk. Van de drie plakelektrodes wordt er één op de rug en één op iedere bil, vlakbij de anus bevestigd. De plakelektrodes zien er uit als pleisters met een draadje eraan. Met de elektrodes is de activiteit van de bekkenbodemspieren te meten. Dit zijn de spieren die zich aanspannen bij het ophouden van de plas. Vervolgens worden de beide drukmeetkatheters ingebracht. De drukmeetkatheters zien eruit als een dun slangetje van 1½ mm. De drukmeetkatheter voor de druk in de buikholte wordt via de anus ingebracht. Het inbrengen voelt aan als het opnemen van de temperatuur met een thermometer. De katheter wordt met een pleister vastgeplakt zodat hij goed blijft zitten. Met de katheter is de druk in de buikholte te meten. De drukmeetkatheter voor de blaas moet steriel ingebracht worden. De huid rondom het plasgaatje wordt schoongemaakt met steriel water en steriele watten. Vervolgens wordt de katheter via de plasbuis in de blaas gebracht. Als het kind de beentjes goed slap houdt, gaat het inbrengen van dit slangetje het gemakkelijkst. Het gevoel tijdens het inbrengen varieert sterk van kind tot kind. Sommige kinderen vinden dat het kriebelt, anderen vinden het een beetje vervelend en sommigen vinden het eventjes pijn doen. Wanneer het slangetje eenmaal op zijn plaats zit, voelt het kind hier nauwelijks meer iets van. Ook dit slangetje wordt met een pleister vastgeplakt. De blaas wordt vervolgens door dit slangetje gevuld met steriel water van 37 graden Celsius. Dit vullen duurt vijf tot twintig minuten, afhankelijk van de grootte van de blaas. Het is belangrijk dat uw kind hierbij rustig blijft liggen. Als de blaas vol raakt zal uw kind plasdrang krijgen en spontaan gaan plassen. Het vullen wordt dan gestopt. Het onderzoek is nu klaar. De pleisters gaan eraf en u kunt uw kind weer aankleden. Na het onderzoek Na een urodynamisch onderzoek kan bij het plassen een branderig gevoel ontstaan. Geef uw kind daarom na het onderzoek de eerste 24 uur extra te drinken. Het branderige gevoel gaat dan door het vele plassen snel over. Wanneer het niet overgaat, of er blijft een toegenomen aandrang om te plassen, neem dan contact op met de behandelend arts of de huisarts. MAG-3-scintigrafie, nierscan , renogramDit onderzoek staat bekend onder de naam 'nierscan', 'renogram' of 'MAG-3-scintigrafie'. Het onderzoek wordt verricht
Het is belangrijk dat uw kind gedurende het hele onderzoek zo stil mogelijk blijft liggen om een goede beoordeling te krijgen . Als er gebruik wordt gemaakt van de vacuüm spalk wordt uw kind wordt op een vacuüm spalk gelegd. Een vacuüm spalk ziet eruit als een klein matrasje en is meestal gemaakt van super licht polyester huidvriendelijk materiaal. De matras vormt zich om het lichaam van het kind en voorkomt bewegingen.Of in het geval van een slaap pilletje wordt gewacht totdat uw kind rustig is of in slaap is gevallen. Vervolgens krijgt uw kind een injectie met een radioactieve stof via het infuus. Direct na de injectie starten de opnamen. Gedurende 30 minuten worden er opnamen gemaakt terwijl uw kind op de onderzoekstafel ligt.. Het totale onderzoek duurt ongeveer anderhalf uur. Bijwerkingen Het onderzoek heeft geen bijwerkingen. Resultaten Aan de hand van de beelden die in een computer worden opgeslagen en vervolgens worden bewerkt, maakt de nucleair geneeskundige een verslag dat naar de behandeld arts gaat. Deze brengt u op de hoogte van de resultaten van het onderzoek. Verhindering De radioactieve vloeistof wordt vóór uw komst klaargemaakt. Daarom is het belangrijk dat u op tijd aanwezig bent. Wanneer u op het afgesproken tijdstip niet kunt komen, neem dan direct contact op met de afdeling Nucleaire Geneeskunde om een nieuwe afspraak te maken. Röntgenonderzoek bij kinderen van de blaas ofwel het mictie-cystografie/ mictiecystogramHieronder wordt de gang van zaken vóór, tijdens en na het mictie-cystografie(gram) in grote lijnen beschreven. Met dit onderzoek is het mogelijk de anatomie van de blaas en de plasbuis in beeld te brengen. Ook kan met dit onderzoek aangetoond worden of er tijdens het plassen urine vanuit de blaas terug stroomt naar de nier(en) ofwel of het kind reflux heeft. Heeft u na het lezen nog vragen, stel deze dan gerust aan de radiodiagnostisch laborant of de radioloog.Voorbereiding
Als u zwanger bent kunt u tijdens het maken van de foto's niet bij uw kind blijven. Onderzoek Het onderzoek bestaat uit het maken van röntgenfoto's van de blaas tijdens en na het plassen. Om de blaas zichtbaar te maken op de foto's, wordt gebruik gemaakt van contrastvloeistof. Nadat u zich aan de balie heeft gemeld, brengt de radiodiagnostisch laborant u naar de onderzoekkamer. Hier kunt u uw kind uitkleden, een T-shirt of hemdje kan het aanhouden. Uw kind gaat op de rug op een tafel liggen en spreidt de benen als een kikker, zoals bij rugzwemmen. Hierna wordt een groen laken over de bovenbenen gelegd. Het gebied rondom het plasgaatje wordt met een desinfecterende vloeistof gewassen, dit voelt koud aan. Vervolgens brengt de radioloog via het plasgaatje een dun slangetje (katheter) in de blaas. Dit is een wat vreemd gevoel, maar niet pijnlijk. Het groene laken wordt weer weggehaald. De blaas wordt nu gevuld met contrastvloeistof. de vloeistof wordt met een spuit via de katheter ingebracht. Met een monitor wordt gecontroleerd of de blaas vol genoeg is. Als de blaas goed vol is, wordt een foto gemaakt. Aan de begeleidende ouder van baby's wordt gevraagd, om tijdens het nemen van deze foto het kind eventjes stevig vast te houden ,omdat het zo weinig mogelijk kan bewegen tijdens de opname . Indien de foto is gelukt, gaat de katheter er weer uit. Hierna maakt de laborant een foto terwijl het kind liggend een plas doet. Baby's plassen op een luier. Het plassen kan een beetje pijn doen, maar na even doorplassen wordt de pijn minder. Na het plassen wordt nog een laatste foto gemaakt. Het onderzoek duurt een half uur tot drie kwartier. Nazorg Soms geeft de behandelend arts een recept mee voor een antibioticum. Dit medicijn voorkomt infectie die kan ontstaan door het inbrengen van de katheter. Ook een goede methode om infectie te voorkomen is om het kind na het onderzoek veel te laten drinken zodat het vaak moet plassen. Tot twee dagen na het onderzoek kan het plassen pijnlijk zijn. Het kan dan helpen om uw kind zittend in een warm bad te laten plassen. Voorbehoud Deze informatie is algemeen van aard. Dat wil zeggen dat het onderzoek is beschreven zoals dit meestal verloopt. Het kan zijn dat de arts een andere methode kiest, die beter aansluit bij de situatie van uw kind. Het is niet mogelijk alle varianten en alternatieven te vermelden. Ook risico's en bijwerkingen kunnen alleen in algemene zin worden aangegeven. Mogelijke complicaties worden door de behandelend arts met u besproken. |
|
| Copyright © 2007-2008 Hans Mak Instituut, Naarden | ||